Zo zet je sporters aan tot actie

We herkennen allemaal het beeld van de trainer die instrueert en de sporter die volgt. Terwijl we allemaal weten dat als een sporter meer in te brengen heeft, dit zijn of haar instrinsieke motivatie verhoogt. In een vorig blog heb ik al uiteengezet hoe je de sporter door middel van gesprekken verantwoordelijk kan maken voor zijn of haar ontwikkeling: https://www.linkedin.com/…/persoonlijk-ontwikkelplan-voor-…/. Maar hoe zet je dit nu concreet om naar het veld of de zaal?

Hier helpt zelfregulatie bij. Dit is een vaardigheid die wordt verworven in de kindertijd en jeugd op grond van de ervaring die de jongere opdoet in vele soorten sociale situaties en gedrag. Sporters die meer gebruikmaken van zelfregulatieve vaardigheden, presteren vaak beter dan leerlingen en studenten die minder of geen gebruikmaken van deze vaardigheden. Volgens Zimmerman (1986, 2000) kan zelfregulatie gedefinieerd worden als de mate waarin een individu metacognitief, motivationeel en gedragsmatig betrokken is bij het eigen leerproces. Hierbij verwijst metacognitie naar de kennis en kunde over het eigen leren, waarbij reflecteren, plannen, monitoren en evalueren belangrijke eigenschappen zijn. Motivatie verwijst naar de wil van individuen om zich in te zetten om te verbeteren en het vertrouwen in de eigen capaciteiten (‘self-efficacy’). Naast kennis en kunde over het eigen leren en de wil en het vertrouwen om te kunnen verbeteren, is het belangrijk dat deze kennis en motivatie wordt omgezet in gedrag: niet alleen weten, maar ook doen.

De rol van de trainer/coach in het stimuleren van zelfregulerend gedrag is groot. Het stellen van doelen en ontvangen van feedforward lijken een voorwaarde voor de ontwikkeling van zelfregulatie.

Praktische implicaties⬇️

• Zelfregulatie is cyclisch en daarom is het niet mogelijk een startpunt van het proces aan te geven. Het makkelijkst is om te starten met reflectie. Dit doe je door als trainer/coach middels het voeren van POP-gesprekken. Zie vorige blog: https://www.linkedin.com/…/persoonlijk-ontwikkelplan-voor-…/

• Reflectie. Uit het POP-gesprek komen ontwikkeldoelen. Robin van Persie had bijvoorbeeld als ontwikkeldoel het nog verder verbeteren van zijn vrije trap.

• Plannen. Vervolgens moet de sporter gaan plannen. Robin van Persie nam na iedere training 20 vrije trappen op een keeper. Je kunt hierbij als trainer/coach de speler laten nadenken over hoe hij of zij het wil gaan aanpakken door vragen te stellen.

• Monitoren. Daarna kun je gaan monitoren. Tijdens de uitvoering houdt de sporter bij of hij of zij nog op schema ligt. In dit geval hoeveel vrije trappen scoor ik? De trainer/coach kan het proces bijsturen door vragen te stellen als: draagt het oefenen bij aan het behalen van je doel en moeten we nog andere dingen doen om je doel te behalen?

• Evalueren. Na het uitvoeren van een taak kijk je met de sporter terug op het leerproces en op het resultaat. Ben ik meer vrije trappen gaan scoren door het oefenen van mijn vrije trap? Hebben we het juiste pad bewandeld? Wat kun je anders gaan doen?

• Maak de voortgang zichtbaar dmv video’s en geef complimenten voor inzet en vooruitgang!

Veel succes en plezier!👏

Download e-book

Meer uit de kennisbank

Verhalen

Veelvoorkomende blessures bij jeugdspelers

Verhalen

Een andere invulling van de zomerstop

Verhalen

De rol van de ouder in de sport